Vindt u zelf beleggen te ingewikkeld? Dan is beleggen in een fonds een verstandige keus. Houd wel in de gaten dat verreweg de meeste beleggingsfondsen slechter presteren dan de beursindex.Beleggingsrekeningen zijn doorgaans gekoppeld aan een beleggingsfonds. Er bestaan drie hoofdtypen beleggingsfondsen: obligatiefondsen, aandelenfondsen en vastgoedfondsen. Er bestaan ook mixfondsen die uit deze drie fondsen zijn samengesteld.
Obligatiefondsen
Obligaties zijn schuldbekentenissen. Een bedrijf of een land schrijft obligaties uit, waar beleggers op in kunnen tekenen. Bij het afsluiten van obligaties wordt de rente afgesproken. Doorgaans ligt deze rond Euribor-niveau of iets hoger. Obligaties die af zijn gesloten in een periode van hoge rente, zijn vanzelfsprekend zeer waardevol en worden voor hoge koersen verhandeld op de obligatiebeurs. Het omgekeerde geldt voor bijvoorbeeld de staatsobligaties die in 2003 zijn afgesloten. De lage rente van rond de drie procent maakt ze veel minder waard. Het risico bij obligatiefondsen is doorgaans laag, zeker als in staatsobligaties wordt belegd. Maar vergis u niet. Obligatiehouders behoren bij een faillisement tot de achtergestelde schuldeisers, al worden obligatiehouders eerder uitbetaald dan aandeelhouders. Met andere woorden: gaat een bedrijf failliet, dan zijn obligaties die het bedrijf heeft uitgeschreven waarschijnlijk ook waardeloos geworden (afhankelijk natuurlijk van de solvabiliteit van het bedrijf) . Ook zijn de rendementen die obligaties opleveren minder dan een procent hoger dan die op een concurrerende spaarrekening. In de praktijk is het daarom verstandiger om in plaats van in een obligatiefonds, uw geld op een hoogrenderende spaarrekening te zetten. Gaat de bank failliet, dan staat de overheid garant tot 20.000 euro. Dit is niet het geval bij een obligatie.
Vastgoedfondsen
Vastgoedfondsen beleggen in onroerende zaken, zoals huizen, land en bedrijfsgebouwen. Het rendement van vastgoedfondsen is hoger dan dat van obligatiefondsen, typisch rond de zes tot acht procent per jaar. De inkomsten komen uit huurinkomsten en waardestijgingen. Daartegenover staat dat, zeker de laatste vijftien jaar, onroerend goed overgewaardeerd is, de beruchte vastgoedzeepbel die de directe aanleiding tot de Amerikaanse hypotheekcrisis vormde. Voor alle beleggingen geldt dat u nooit lukraak in moet stappen en voor onroerend goed geldt dat zeker.
Een toplocatie kan in tien tot vijftien jaar vervallen tot een middenklasselocatie of nog erger. Vele huiseigenaren in de ooit vervallen New Yorkse wijk Harlem zijn binnengelopen omdat na de instroom van vermogende yuppen uit Manhattan de onroerend goed prijzen explodeerden. Met de eigenaren van A-locaties in de binnenstad van New Orleans is het waarschijnlijk minder goed afgelopen. Pas op met het investeren in vastgoedfondsen waarbij u torenhoge rendementen worden voorgespiegeld en/of de minimuminleg 50.000 euro is. Voor beleggingen van meer dan 50.000 euro is geen toestemming van de AFM vereist, vaak is dit een vrijbrief voor gerommel en piramidespelachtige constructies.
Vanzelfsprekend is het een bijzonder dom idee om te investeren in een instabiel land of een locatie die alle kenmerken vertoont van een zeepbel, denk aan Dubai dat alleen bestaat van oprakende olie en het ontbreken van belastingen. Als u belegt in een vakantiehuisje dat u verhuurt, kunt u er zelf nog van genieten als de prijzen instorten.
Aandelenfondsen
Aandelen zijn eigendomsbewijzen van een stukje, aandeel, in een onderneming. Stel, een bedrijf heeft tien miljoen aandelen uitgegeven en u bezit tien aandelen van dat bedrijf, dan bezit u een miljoenste deel van dit bedrijf. In Nederland kennen alleen de NV en de BV aandelen. Omdat de aandelen van de BV niet zonder toestemming van de andere aandeelhouders aan een ander verkocht mogen worden, kunnen alleen aandelen van NV's op de beurs verhandeld worden. (Deze beursgenoteerde NV's moeten nog aan extra strenge boekhoudregels voldoen, maar dat terzijde).
Het risico van aandelen is veel hoger dan dat van een spaarrekening of obligaties, omdat de waarde van een aandeel nauw samenhangt met het wel en wee van het bedrijf waar u aandelen van heeft.
Aandelen kopen en verkopen kost geld. Daarom kunt u beter niet te vaak handelen. Dit is ook precies de reden waarom aandelenfondsen het zo slecht doen in vergelijking tot de beursindex. Koortachtig handelende fondsmanagers jagen de kosten op. Ook zijn de bedrijven waar ze in investeren vaak overgewaardeerd. Wilt u weinig risico lopen met maximaal rendement, dan kunt u daarom het beste beleggen in tracker index fondsen. Een trackerindexfonds bevat exact die aandelen die ook voor het berekenen van de beursindex (AEX of Dow Jones) worden berekend. De aandelen hierin worden alleen verkocht als de samenstelling van de beursindex wisselt. Daarom zijn de fondskosten van een tracker fund laag, rond de 0,2 procent per jaar, ongeveer een tiende van een actief beheerd fonds. Ook is er een dempend effect vanwege de tientallen tot honderden bedrijven die in het fonds zitten. Wilt u uw risico minimaliseren, dan kunt u het beste in een tracker fonds dat gekoppeld is aan de MSCI World Index beleggen. Dit bestaat uit aandelen van de tweeduizend grootste beursgenoteerde ondernemingen ter wereld. De ervaring leert dat dit fonds minder dan de helft schommelt in vergelijking met nationale indexen zoals AEX of Dow Jones.